|
fabel, legende, sprookjes, verhalen, Veluwe
6/15/2026 2 Comments Zoemen, dansen, parenFoto: Anouschka Lageweg-Oosterveer Vier lentes lang liggen ze verborgen in de donkere wereld van het zand. Onder wortels, onder mos, onder het gewicht van de seizoenen die boven hen voorbijtrekken zonder dat zij ze zien. De regen zingt boven hun hoofden, de vorst trekt door de bodem, de zomer verwarmt het stof waarin zij wachten. En altijd wachten ze.
Totdat eindelijk de aarde open breekt. Uit het zand op de Veluwe klimt Carel, nog bedekt met de korrels van zijn oude leven. Even later verschijnt Mina. Zij draagt dezelfde gouden gloed van de avond op haar schild. Alsof zij elkaar al herkennen voordat zij elkaar werkelijk zien, draaien hun waaiervormige sprieten naar elkaar toe. De wereld ontvouwt zich. De eiken staan hoog en statig langs de rand van het pad. Hun bladeren fluisteren in een taal die ouder is dan beide kevers samen. De lucht ruikt naar hars, naar gras, naar de zachte warmte van een dag die langzaam wegzakt in de schemering. Carel stijgt op. Zijn vleugels openen zich met een brom die klinkt als een klein motortje van geluk. Mina volgt. Samen bewegen ze tussen de stammen. Niet sierlijk zoals zwaluwen, niet licht als vlinders, maar zwaar en vol overgave. Hun vlucht is een dans van verlangen, een zoemende omhelzing tussen hemel en aarde. Zoemen. Draaien. Naderen. Wijken. En weer terugkeren. Alsof de avond zelf hen leidt. Aan de rand van het bos staat een verweerd houten bankje. Het kijkt al jaren uit over hetzelfde pad, dezelfde bomen, dezelfde ondergaande zon. Vanavond draagt het twee geliefden. Carel landt eerst. Het hout kraakt nauwelijks onder zijn gewicht. Mina volgt en komt dicht naast hem zitten. Hun schilden raken elkaar. Hun sprieten zoeken, vinden en herkennen. Een trilling gaat door hun kleine lichamen heen, een antwoord op een vraag die al die jaren onder de grond heeft gesluimerd. Rondom hen wordt het stiller. Alleen het ruisen van de eiken blijft. En hun zachte gezoem. Op het bankje bedrijven zij de liefde zoals de lente het bedoelt: zonder schaamte, zonder haast, gedragen door de avondlucht. Boven hen bewegen de bladeren als groene sterrenbeelden. Het laatste zonlicht glijdt over hun ruggen en maakt van hun bruine schilden gepolijst koper. Wanneer zij weer opstijgen, lijkt het alsof zij lichter zijn geworden. Samen vliegen zij tussen de eiken door. Hun zoemen vermengt zich met de wind. Carel draait een wijde boog om een oude stam. Mina volgt hem, dan haalt zij hem in. Ze cirkelen om elkaar heen als twee kleine planeten die door dezelfde onzichtbare kracht worden bewogen. De avond wordt blauw. De eerste sterren verschijnen. En tussen de donkere kronen van de eiken dansen Carel en Mina verder, twee meikevers die eindelijk uit het zand zijn gekomen, eindelijk de wereld aanraken, eindelijk elkaar hebben gevonden. Onder hen ligt de aarde te dromen. Boven hen opent de nacht haar vleugels. Hun gezoem blijft nog lang hangen tussen de bomen, als een liefdeslied dat de eiken bewaren voor de volgende lente. verhalen vanuit het hart over de Veluwe
2 Comments
Pieter
6/15/2026 16:36:42
Zinderend mooi!
Reply
6/15/2026 19:29:05
Meikevers zijn prachtig, ze prikken en steken niet .
Reply
Leave a Reply. |
AuthorMijn naam is Jacqueline Postma, ik vertel graag verhalen, verhalen met een boodschap, een moraal. Archives
Juni 2026
|
RSS-feed