|
fabel, legende, sprookjes, verhalen, Veluwe
5/3/2026 0 Comments Waar is de Balans?In de uitgestrekte bossen van de Veluwe, waar de wind fluistert door oude beuken en het mos zacht onder poten en pootjes ligt, leeft een wolf die meer doet dan enkel jagen. Hij heet Grijsrug, en hoewel hij scherp van tand is, heeft zijn blik een nog scherper inzicht. Vaak zit hij op een heuveltje, uitkijkend over het dal waar bos en heideveld overgaan in het land van de mensen. Grijsrug is geen fan van de mensen; hij begrijpt ze niet. Hij ziet hoe zij leven, hoe zij bouwen, en hoe ze steeds nemen van de natuur en van elkaar. Geven kunnen ze blijkbaar niet zo goed. “Wij wolven zorgen voor elkaar,” mompelt hij. “We voeden onze welpen samen op en zorgen ook voor onze oudere en wijzere soortgenoten.” Grijsrug kijkt terloops op naar een zwerm cirkelende raven. “Het is vreemd,” zegt hij, terwijl de zon ondergaat en het bos in schemering gehuld raakt. “Ik jaag om te leven. Mensen jagen meer dan ze ooit kunnen eten of nodig hebben, en delen niet wat ze te veel hebben, niet eens met hun eigen soort. Wij wolven delen alles met onze roedel. En wat overblijft, is voor raven en andere dieren. Mensen zijn rare wezens.” Een zwarte raaf strijkt naast hem neer. “Je denkt weer diep, oude vriend,” krast Raaf. “Wat vertel je nu weer over de mensen?” Grijsrug zucht. “De wereld is uit balans, en dat komt door hen. Een paar mensen verzamelen alle macht, voedsel en bezittingen, alsof de rest prooidieren zijn. Mijn kop kan het niet bevatten! Ze zien hun eigen soort als ondergeschikt en dienend voor enkele. Mensen zijn vreemde dieren. Een kleine groep stapelt overvloed op, terwijl anderen tekortkomen. Ze zijn zo ver van de natuur afgeraakt dat ze lijken te vergeten hoe ze samen moeten leven. We zouden elkaar toch moeten helpen?” Raaf knikt bedachtzaam. “Ik heb ze gezien. Mannen die schreeuwen alsof de wereld van hen is, die grenzen verplaatsen zoals wij takken verleggen. Ze nemen de leefgebieden van anderen, ver van hen vandaan in. Dit kan niet goed blijven gaan.” “Zoals een pestkop op het schoolplein,” mengt Vos zich, die geruisloos is komen aanlopen. Zijn ogen glanzen slim. “Maar dan één met een leger achter zich,” voegt hij nonchalant toe. Grijsrug gromt zacht. “Zelfs ik neem niet meer dan nodig. Ja, ik eet een hert, soms een konijn. Dat hoort bij het leven. Maar deze mensen… ze verslinden zonder honger en brengen zo disbalans.” foto: Otto Jelsma Een klein muisje piept vanuit het gras. “En wij dan?” vraagt ze zacht. “Als het bos verdwijnt door de mens en brand… waar moeten wij heen?” De wolf kijkt naar de horizon, waar rookpluimen opstijgen. “Dat is wat mij zorgen baart,” zegt hij. Het bos brandt, niet door bliksem, maar door hun achteloosheid. Het is ons thuis, maar voor hen slechts hout, grond, bezit.” Raaf spreidt zijn vleugels. “Ze zien niet wat ze verliezen.” “Of ze geven er niet om,” zegt Vos schouderophalend. Op dat moment klinkt er een diepe, rustige stem uit de takken boven hen. “Wijsheid komt vaak te laat voor wie alleen macht zoekt.” Het is Uil, die hen met grote, gouden ogen aankijkt. “Wat bedoel je?” vraagt de wolf. Uil draait langzaam zijn kop. “Wie denkt dat hij boven alles staat, vergeet dat hij ook afhankelijk is. Van lucht, van water, van aarde. Als de wortels sterven, sterft de boom. En als de boom sterft… waar rust dan de kroon?” Er valt een stilte. Grijsrug staat op, zijn vacht ritselend in de avondwind. “Dan is het misschien onze taak,” zegt hij vastberaden, “om te blijven herinneren wat evenwicht is. In het bos, in onszelf. Wij kunnen de mensen niet stoppen… maar we kunnen voorkomen dat wij worden zoals zij.” Vos knikt langzaam.
Raaf slaat zijn vleugels uit. Muis kruipt dichter bij de wolf. En Uil sluit even zijn ogen, alsof hij het al wist. Die nacht huilt Grijsrug naar de maan. Geen jachthuil, maar een waarschuwing. Niet voor het bos, verhalen vanuit het hart over de Veluwe
0 Comments
Leave a Reply. |
AuthorMijn naam is Jacqueline Postma, ik vertel graag verhalen, verhalen met een boodschap, een moraal. Archives
Juni 2026
|

RSS-feed