|
fabel, legende, sprookjes, verhalen, Veluwe
5/7/2026 1 评论 Drie dieren, drie waarhedenFoto: Anouschka Lageweg-0osterveer Vlakbij het Solse Gat in Speulder- en Sprielderbos, waar varens hoger groeien dan jonge reeën en dauwdruppels als kleine sterren aan de bladeren hangen, leven drie dieren die zelden hetzelfde denken. Hoog in de den zit een Puttertje. Zijn veren glanzen in het ochtendlicht en hij zingt alsof de wereld iedere dag opnieuw geboren wordt, vol levenslust en kwetsbare schoonheid. "Het is weer een prachtige dag, wat is het bos toch ontzettend mooi," tjilpt het puttertje. Onder de boom wroet een Wild zwijn door de aarde. Zijn schouders zijn breed, zijn slagtanden dof van het graven, en zijn huid draagt littekens van winters, gevechten en overleven. "Ook al zien wij er krachtig en woest uit, we zijn constant waakzaam, er kan zomaar een jager aankomen of een roofdier wat ons op wil eten. Vergis je niet in ons uiterlijk. Eigenlijk zijn wij vaak erg bang, zorgzaam en best lief." Tussen de wortels schiet een Bosmuis heen en weer, zo klein als een gevallen beukenblad, met kleine, ronde ogen die voortdurend zoeken naar gevaar. "Wij bosmuizen kruipen graag weg, gewoon voor de zekerheid, veel dieren zien ons namelijk als een lekker hapje. Maar... Wij houden van lekkere hapjes, we zijn het niet. Eikeltjes en beukennootjes zijn echt verrrukkelijk! Als we geen eten zoeken houden we ons liever schuil, dat is veiliger". Het puttertje duikt naar beneden en gaat op een lage tak zitten: "Het is echt een mooie en fijne dag vandaag, vinden jullie ook niet? " Het zwijn snort. "Het heeft geregend. De modder is zwaar, mijn poten worden nat en vies, maar de grond zit wel vol met kleine beestjes. Overal ruikt het naar vos. Vossen ruiken zo vies. Mooie dag? Nee, dat is het niet. " De bosmuis trekt ligt bevend haar pootjes dichter tegen zich aan. "Ik vind het juist eng vandaag. De uilen waren vannacht heel dichtbij. ik kon nog niet dieper het hol inkruipen." Het puttertje hipt wat heen en weer en kantelt zijn kop. "Jullie kijken verkeerd. Een mooie dag zit juist in het licht, in het zingen, in de bloemen." Het zwijn lacht schor. "Dat zeg jij alleen omdat niemand op jou jaagt zoals op ons. "Niemand jaagt op míj?" piept het puttertje verontwaardigd. "Ik ben klein en kwetsbaar! Eén sperwer en ik ben verloren." "Maar jij kunt wegvliegen," zegt de bosmuis zacht. "En jij kunt schuilen," bromt het zwijn. "Jij bent sterk," zegt het puttertje. "Sterk?" Het zwijn stampt hard in de aarde. "Sterk zijn betekent dat iedereen verwacht dat je alles kunt dragen." De bosmuis piept nu harder dan anders. "En klein zijn betekent dat niemand je ziet staan!" Het puttertje slaat driftig met zijn vleugels. "Jullie begrijpen niets van kwetsbaarheid!" "Jij begrijpt niets van angst!" briest het zwijn terug. De woorden vliegen harder door het bos dan stormwind. Vogels zwijgen. Zelfs de bladeren lijken stil te hangen terwijl de drie dieren elkaar boos aankijken. Dan valt plotseling een schaduw over hen heen. Hoog boven hen cirkelt een havik. In één ademhaling duikt de bosmuis weg tussen de wortels. Het puttertje schiet omhoog tussen de takken. Het zwijn stormt het struikgewas in met daverende passen. Pas veel later, wanneer de schaduw verdwenen is, komen ze voorzichtig terug. Niemand zegt eerst iets. Dan kucht het zwijn. "Toen die havik kwam," bromt hij, "Was mijn diepe wens, dat ik kon vliegen," terwijl hij met een schuin oog en met enige jalousie naar het puttertje kijkt. De bosmuis strijkt nerveus haar snorharen glad. "Ik had als wens, dat ik zo groot was als jij," en ze kijkt vol bewondering naar het grote zwijn. Het puttertje kijkt naar zijn nog steeds trillende vleugels. "Mijn wens was dat ik ergens veilig kon schuilen," de bosmuis bewonderend om zijn snelle verdwijningstruc. Het bos wordt stil om hen heen, zelfs de wind lijkt geen geluid te willen maken laf en toe danst een beukenblad nog voorzichtig, maar verder... stilte. Langzaam begint het puttertje te begrijpen dat kwetsbaarheid niet één vorm heeft. Voor de bosmuis is het gezien worden. Voor het zwijn is het altijd sterk moeten zijn. Voor hemzelf is het wegblazen worden door de wind. Er komt een mens aanwandelen: "Wanneer zou die zich kwetsbaar voelen en wanneer kwetsbaar zijn?" vraagt bosmuis zich nog even hardop af voordat iedereen weer wegduikt en verder gaat. verhalen vanuit het hart over de Veluwe
1 评论
|
AuthorMijn naam is Jacqueline Postma, ik vertel graag verhalen, verhalen met een boodschap, een moraal. Archives
Juni 2026
|

RSS-feed