|
fabel, legende, sprookjes, verhalen, Veluwe
8/8/2025 0 Opmerkingen De vos die vergat te jagenFoto: Evert-Jan Hamer Wanneer kunnen we niet achterhalen. Maar zeker is dat deze vos op De Veluwe woonde. Hij was jong, nieuwsgierig en vol vuur. Hij kende de geur van iedere prooi, de windrichting van gevaar alsmede het geduld van de jacht. Zijn dagen waren ritmes van zoeken, sluipen, falen, proberen en soms vangen. Totdat.. hij op een dag een boterham vond op een steen. Geen geur van strijd, geen spanning, geen moeite. Het was gewoon daar. De volgende dag lag er weer iets, eerst kaas en daarna wat kip. Sindsdien kwam hij daar elke dag. De mensen begonnen hem te herkennen. Ze riepen hem, noemden hem ‘lief’, gaven hem een naam: Glansvoet. Vanwege zijn lichte tred en glanzende vacht. "Best een naam om trots op te zijn, al zeg ik het zelf," meldt Glansvoet. "Ik hoef niets meer te doen, alleen te verschijnen op de plek waar de mensen zijn. Dit gaat wel heel makkelijk. Ik moet wel heel bijzonder zijn. Koninklijk? In ieder geval van adel. Toch.?" Glansvoet mijmerde tijdens zijn dromen over jagen en prooi: Waarom leren jagen, als het gegeven wordt? En hij bleef terugkomen op dezelfde plek bij de steen. Hij bleef wachten op makkelijk voedsel. Dag in, dag uit. Zijn vacht bleef mooi, in eerste instantie, zijn buik gevuld, Zijn poten vergaten ondertussen het jagen, beetje bij beetje. Zijn zintuigen werden geleidelijk aan dof van gemak, ontbeerden de overbekende scherpte van de jager In het bos begon het te rommelen, en gaandeweg te veranderen De konijnen, ooit waakzaam, snel en stil bij elke schaduw, werden brutaal en traag. Ze bouwden holen zonder diepte, aten bladeren die ze voorheen meden. Zonder de dreiging van de vos, verloren ze hun ultieme gehoor. Hun konijnenjongen leerden niet langer wegduiken, maar juist mijmeren en dromen. De muizen slopen al een poosje niet meer. Ze dansten luid door het gras, bouwden nesten vlak onder boomwortels en vergaten nogal eens dat de uil ogen had die in het donker konden zien. Maar ook de jonge uil had dat ooit getrainde jagersinstinct niet meer. De wijze vogel zat op takken en tuurde, niet jagend, maar wachtend, alsof iemand hem zou brengen wat hij vroeger moest zoeken. De das bromde, zoals hij altijd deed, maar nu klonk het hol. “De aarde voelt scheef,” zei hij, want hij groef geen tunnels meer. Waarom zou hij? Er was niets meer om te verstoppen, en de wortels die hij ooit vond, kwamen nu in zakjes van de mensen. De egel, ooit een stille wachter van de schemering, bleef langer in zijn hol. Zijn scherpe pennen kromden zich van het nietsdoen. "Wat heeft het voor zin om wakker te zijn," zei hij, "als niemand nog echt leeft?" Zelfs de mieren, trouw in hun ritme, raakten verward. Zonder kadavers van jacht, zonder verstoring van belangstellende pootstappen, bouwden ze te groot, te snel, en hun nesten stortten zelfs in onder hun eigen gewicht. Te midden van dit alles liep de jonge vos dus rond. Weliswaar minder slank en met minder glans op zijn vacht. Hij hoorde de dieren klagen, zag de zwijgende bomen, voelde de alom aanwezige traagheid in de wind. Maar hij begreep het niet. Niemand had hem geleerd waarom jagen nodig was. Waarom falen óók iets leert. Waarom honger niet alleen pijn is, maar ook richting. Hij dacht: "Zolang er eten komt, is het goed." En dat dacht elk dier in het bos, op zijn eigen manier. Totdat zelfs het bos zijn adem inhield. Niet uit vrede. Maar omdat de bomen vergeten waren hoe de adem moest klinken. Op een dag, als een donderslag bij heldere hemel, bleef het eten weg. Glansvoet vroeg zich hardop af: "Zouden de mensen het vergeten zijn?" "Nee," meldde de oude uil. "Hier was ik al bang voor. De mensen zijn druk, verhuisd, of vinden ons bosbewoners niet meer veilig of niet meer interessant. Mensen zijn rare dieren." De nieuwsgierige muis: "Ik hoorde ze laatst nog praten, toen ik in de tuin van het dichtstbijzijnde huis was. Ze zeiden: - ze komen te dichtbij. - dit gedrag van de dieren is niet meer natuurlijk. - dieren horen te jagen of te zoeken." Vanaf dat moment bleef de steen leeg. Geen brood, geen restjes vlees, geen geur van mensenhanden. Vos Glansvoet stond er een paar keer per dag, als voor een altaar waar de god verdwenen was. Hij keek, hij snuffelde, hij wachtte. De wind fluisterde niets. De stilte bracht geen rust, alleen leegte, letterlijk en figuurlijk. Glansvoet zwierf het bos in, maar de paden waren veranderd. Waar hij vroeger vluchtroutes kende, waren nu doolhoven. Zijn poten aarzelden bij elke stap. Zijn lichaam, ooit gemaakt voor sluipen en sprinten, voelde log, ongecoördineerd, als een vreemd kostuum. Hij rook een konijn, vaag, ver weg, maar wist niet meer hoe dicht je moest naderen zonder gehoord te worden. Hij zette aan, struikelde en blafte zelfs per ongeluk. Het konijn huppelde rustig weg alsof het wist wat vos vergeten was. Vos Glansvoet probeerde het nog eens. En nog eens... Zijn maag begon te knorren, zijn ogen flitsten in het donker, maar zijn lijf kende het ritme van de jacht niet meer. Zijn spieren misten het geheugen. Zijn geest had nooit geleerd om te volharden met een lege maag. De nachten werden kouder. Hij zocht beschutting, maar had nooit hoeven leren waar. Hij doolde als een schaduw door het bos dat hem niet langer kende, en dat hij zelf niet meer begreep. Soms stond hij stil en luisterde, naar het kraken van takken, het ritselen van bladeren, maar hij kon de geluiden niet meer lezen. Wat ooit de taal van overleven was, van thuis, van boslogica, en van instinct, klonk nu als een vergeten dialect. Glansvoet was een vreemdeling in zijn eigen wereld. Pas toen begreep de vos: het was niet het eten dat hem afhankelijk had gemaakt, maar het ontbreken van oefening, van falen, van noodzaak. Hij was verleerd te jagen, te wachten, te struikelen en weer op te staan. Hij was iets wezenlijks kwijtgeraakt: zichzelf. "Kan ik mijzelf nog terugvinden?" verhalen vanuit het hart over de Veluwe
0 Opmerkingen
Laat een antwoord achter. |
AuthorMijn naam is Jacqueline Postma, ik vertel graag verhalen, verhalen met een boodschap, een moraal. Archives
Juli 2025
|

RSS-feed