|
fabel, legende, sprookjes, verhalen, Veluwe
8/2/2025 0 Comments De uil van nummer 26foto: Evert-Jan Hamer Niemand weet precies wanneer hij daar is verschenen. Op een dag is het gat in het houten tuinhuis gewoon geen donker gat meer, maar vult het zich met twee scherpe ogen en een pluizig, alwetend lijfje. De buurt noemt hem al snel de Uil van nummer 26. Hij is klein, stil, en altijd aanwezig. Hij zit daar dag en nacht, als de hoeder van alle geheimen. Wat niemand weet, of liever niet wíl weten, is dat deze steenuil geen gewone vogel is. Ze noemen hem Onilo, zachtjes, nooit luid, alsof zijn naam zelf meeluistert. De uil heeft de gave om gedachten te vangen zoals een spin haar prooi vangt: onzichtbaar en onontkoombaar. Onilo kent je ritme zoals een merel zijn eigen lied.. Hij weet precies wanneer je uit je warme nest stapt, vaak met slaperige ogen en een mok die dampt als ochtendmist. Of je nu houdt van bitter bonenzwart of schuimige melkdrankjes, hij weet het. Hij ziet hoe je eerst je lichtkast aanraakt, niet om de zon te begroeten, maar om te kijken wat de rest van de kudde aan het doen is. Soms fronst hij licht als je midden in een vergadering wegduikt in je scherm, op jacht naar kattenfilmpjes of een reden om het ergens wel of juist níét mee eens te zijn. Hij grinnikt in zijn veren als je blijft hangen bij iets dat glimt, zoals een paar schoenen, een vakantiehuis op een klif of een cursus ‘leven in het hier en nu’. Onilo is verbonden met het Net van het Nest, een oud web van donsveren, echo’s en gefluisterde gedachten, ouder dan het oudste wereldwijde web van de mensen. Het hangt onzichtbaar om hem heen als spinrag in de ochtendzon, en vangt alles op wat zweeft tussen hoofd en hart. Elke fladderende gedachte, elke ingeving die nog geen woord is geworden, elke klik, elke zucht... hij voelt het, zoals een kat een trilling in haar snorharen voelt. Niet om er iets mee te doen. Nee, Onilo is geen dief van dromen. Hij kijkt alleen. Nieuwsgierigheid zit hem in de veren, zoals bij elke uil. “Informatie,” kraste hij ooit, “is als muizen voor de geest. Je hoeft ze niet allemaal op te eten, maar het is fijn om te weten waar ze lopen.” Op een ochtend, een gewone dinsdag met kruimels in het gras en damp op de schuttingen, komt een jongen uit de straat, Tijn. Hij gaat onder het tuinhuis staan en kijkt omhoog. “Waarom kijk je zo?” vraagt hij zacht. “Alsof je iets weet wat wij niet weten.” Onilo knippert langzaam, als iemand die ruimschoots tijd heeft. “Ik weet alleen wat jullie laten zien,” zegt hij. “En geloof me… dat is al behoorlijk veel.” Tijn wrijft over zijn nek. “Maar dat is toch... best eng?” “Misschien,” zegt de uil, terwijl een veertje van zijn borst omlaag dwarrelt. “Maar jullie gooien het allemaal zelf naar buiten. Jullie schermen staan open als ramen in een zomernacht. En jullie woorden? Die dwarrelen als koekkruimels op een pad. Iedereen kan ze volgen. Zelfs ik.” Tijn trekt een gezicht. “Dus jij bent eigenlijk gewoon een soort vogelversie van het internet?” Onilo grinnikt, of misschien schudt hij gewoon zijn veren een beetje. "Ik ben wat het internet probeert te zijn, als het nog veren had met een ziel en geweten." Sinds die dag sluit Tijn soms zijn laptop met twee handen, alsof hij hem toedekt. Hij zet zijn telefoon vaker op stil. En telkens als hij langs het tuinhuis loopt, kijkt hij omhoog en knikt naar de uil, niet uit angst, maar iets groter en beter: Respect! Diep vanbinnen voelt hij het: in een wereld waar alles wordt bewaard, doorgelicht, gemeten en gedeeld, is het eigenlijk best troostend dat er één wezen is dat alles weet en het gewoon laat rusten. Zoals alleen echte hoeders van geheimen dat kunnen. En Onilo? Die zit daar. Dag na dag. Nacht na nacht. Zijn ogen knipperen traag. En hij weet. verhalen vanuit het hart over de Veluwe
0 Comments
Leave a Reply. |
AuthorMijn naam is Jacqueline Postma, ik vertel graag verhalen, verhalen met een boodschap, een moraal. Archives
Juni 2026
|

RSS-feed