|
fabel, legende, sprookjes, verhalen, Veluwe
5/20/2026 2 Comments De Reegeit die het Vuur TrotseerdeFoto: Otto Jelsma In het uitgestrekte landschap van het Kroondomein, ergens tussen Gortel en Niersen, staat plotseling een jonge reegeit in het geel, zacht ruisende gras. Haar vacht is lichtbruin als droog zomergras en haar ogen zijn fluweelzacht en helder, zo helder dat ze de indruk wekken door je heen te gluren. Haar oren ontgaat geen enkel geluid uit de omgeving. De andere dieren noemen haar Liva. Iedere ochtend schrijdt Liva door het grasland. Ze kent alle verborgen paadjes, weet waar fris water te vinden is en waar jonge vogels uit hun nesten kunnen vallen als de stormwind te krachtig wordt. Mocht ze in staat zijn, dan helpt ze graag. Waar andere dieren haastig leven, blijft Liva telkens even staan om haar omgeving in zich op te nemen. Voor een gewonde haas. Voor een oude raaf met een kapotte vleugel. Zelfs voor de norse everzwijnen die nooit iemand bedankten. “Waarom help je iedereen?” vraagt een vos uit het niets op spottende toon. Liva tuurt naar het wuivende gras, voordat ze antwoord geeft. “Omdat het veld groot genoeg is voor ons allemaal,” zucht ze vervolgens kalm De vos snuift. “Dat denk jij.” Alle dieren leven verder op hun eigen manier, totdat het in de maanden die volgen steeds droger wordt. Het water zakt weg. Dieren worden dorstig, onrustig en wantrouwend. Sommigen beginnen voedsel te verstoppen. Enkele dieren bewaken zelfs stukken grond, alsof ze eigenaar zijn van de wind zelf Maar Liva blijft rustig en delen. Ze brengt water naar kleine dieren. Ze leidt verdwaalde jongen terug naar hun ouders. Wanneer er ruzie ontstaat, gaat ze ertussen staan, nooit boos, altijd rustig. Sommige dieren beginnen van haar te houden. Andere dieren beginnen zich aan haar te ergeren. “Ze doet alsof ze beter is dan wij,” sist een oude marter. “Niemand kan zó goed zijn,” bromt een everzwijn. Alleen de ooievaar, die vaak hoog boven het riet vliegt, zegt niets. Hij observeert Liva aandachtig, alsof hij iets begrijpt dat anderen nog niet zien. Tot de dag verschijnt van de grote brand. De ooievaar trekt over het veld en slaat alarm met een rauwe kreet: “Brand!” Aan de rand van het veld heeft de bliksem het droge gras in één flits getroffen. Binnen korte tijd rolt vuur als een rode golf door het landschap. De lucht vult zich met rook. Dieren vluchten in paniek. Maar midden in de chaos hoort Liva iets. Klagende piepjes..., Jonge eendjes. Vastgeraakt tussen brandende grashagen. Zonder aarzelen rent de reegeit terug het vuur in. De hitte slaat tegen haar vacht terwijl vonken omhoog dansen als vurige insecten. Eén voor één duwt ze de kleintjes naar veilig water. De laatste jonge eend bereikt de oever. Maar Liva zelf komt niet terug. De rook trekt weg. Het vuur sterft langzaam uit. Over het verschroeide landschap valt een vreemde stilte. Dagen gaan voorbij. De vos spreekt zachter dan vroeger. De everzwijnen delen eten zonder te grommen. En zelfs de marter kijkt soms schuldig naar de grond. Op een vroege zondagochtend wordt de hemel goud gekleurd door het eerste licht. De ooievaar slaat plots zijn vleugels uit en kijkt omhoog. Daar, boven de vlakte waar het jonge gras weer ontspruit, verschijnt een reegeit in het licht van de ochtendzon. Niet verschroeid. Niet gewond. Maar helder en licht, alsof de wind haar draagt. Ze loopt niet. Ze Zweeft boven de grond. Heel even blijft ze zichtbaar tegen de gouden hemel om vervolgens tussen het licht te verdwijnen. De dieren zwijgen. Alleen de oude ooievaar fluistert: “Nu begrijp ik waarom zij het licht boven ons zocht, en wij het niet zagen.” Pas jaren later, wanneer de dieren hun jongen verhalen vertellen over de reegeit, die liefde boven angst kiest en opstijgt naar de hemel, beginnen sommigen haar met een andere naam te vergelijken. Een naam van lang geleden. Een naam die mensen kennen. verhalen vanuit het hart over de Veluwe
2 Comments
|
AuthorMijn naam is Jacqueline Postma, ik vertel graag verhalen, verhalen met een boodschap, een moraal. Archives
Juni 2026
|

RSS-feed