|
fabel, legende, sprookjes, verhalen, Veluwe
6/23/2026 1 评论 Bas de bosuil en het steeds drukkere BosFoto: Sylvia Klein Mijn naam is Bas. Ik ben een bosuil en woon al jaren hoog in een oude beuk aan de rand van het Veluwse bos. Vanuit mijn holte kijk ik uit over een landschap dat met de seizoenen mee ademt. Wanneer de ochtendmist tussen de stammen zweeft en de eerste zonnestralen door het bladerdak breken, lijkt het bos onveranderd: stil, groen en vol leven. Tenminste, zo lijkt het. Toen ik jong was, hoorde ik vooral het ruisen van bladeren in de wind, het zachte getrippel van reeën tussen de varens en het voorzichtige geschuifel van dassen die na een nacht zoeken terugkeren naar hun burcht. Af en toe verscheen een wandelaar op het pad. Een natuurliefhebber die vertraagt, kijkt en luistert. Iemand die begrijpt dat stilte ook een vorm van rijkdom is. Maar de laatste jaren verandert er iets. Steeds vaker word ik gewekt door geluiden die niet bij het bos lijken te horen. Eerst een zacht geratel in de verte. Dan het knarsen van banden over zand en wortels. Daarna stemmen. "Kom op, doortrappen!" "Pas op voor die bocht!" "Haha, bijna!" En dan verschijnen ze tussen de bomen. Groepen mountainbikers, soms met z'n tweeën, soms met velen tegelijk. In felle kleuren schieten ze over de slingerende paden die als aders door het bos lopen. Voor hen is het een uitdaging, een sport, een moment van vrijheid. Voor ons, de dieren die hier leven, voelt het vaak anders. Op een middag zit ik op mijn vaste uitkijkpost wanneer ik plotseling beweging zie in een struik langs het pad. Het is Haas Henk. Zijn oren schieten overeind nog voordat ik de oorzaak hoor. Dan klinkt het ratelen van fietsen. Een fietsende avonturier komt pratend een bocht om. Henk schrikt. In een flits springt hij uit de dekking en schiet het pad over. Een mountainbiker grijpt naar zijn remmen. Het achterwiel glijdt weg in het zand. Voor een ogenblik lijken mens en dier op hetzelfde punt samen te komen. Net op tijd gaat het goed. Henk bereikt de overkant. De fietser blijft overeind. De stilte keert terug, maar niet helemaal. Aan de rand van het pad blijft Henk stokstijf staan. Zijn flanken gaan snel op en neer. Zelfs vanaf mijn tak zie ik hoe de schrik nog door zijn lijf trekt. Minutenlang beweegt hij niet, alsof hij eerst moet controleren of het gevaar werkelijk voorbij is. Ook de fietser kijkt nog even achterom voordat hij verder rijdt. Niemand raakt gewond. Maar ik weet dat dit niet de eerste keer is. En ik vrees dat het ook niet de laatste keer zal zijn. Ook Ree Roos vertelt regelmatig dat zij haar jongen steeds verder van de paden moet verstoppen. Vos Victor merkt dat sommige dieren hun voedselgebieden vermijden omdat het er te druk is geworden. Zelfs de zangvogels lijken op bepaalde plekken minder vaak te zingen. Natuurlijk begrijp ik de mensen ergens wel. Het bos is mooi. Het geeft rust. Het biedt ruimte om te bewegen en te ontsnappen aan de drukte van steden en wegen. Ik zie hoe mensen genieten wanneer ze door de natuur rijden. Dat is op zichzelf niets verkeerds. Wat mij verbaast, is iets anders. Mensen lijken soms te vergeten dat ze hier te gast zijn. Ze noemen het natuurgebied, maar gedragen zich soms alsof het een sportterrein is. Ze zoeken rust, maar brengen zelf lawaai mee. Ze bewonderen de dieren, maar rijden soms zo snel dat diezelfde dieren moeten vluchten voor hun leven. Vanuit mijn boom vraag ik me dan af: beseffen ze wel hoeveel invloed hun aanwezigheid heeft? Een bos is meer dan een verzameling bomen. Het is een gemeenschap. De specht die zijn nest uitbeitelt. De egel die 's nachts op zoek gaat naar voedsel. De insecten die bloemen bestuiven. De schimmels die de bodem gezond houden. De reeën, vossen, dassen en hazen die hier al generaties lang leven. Alles hangt met elkaar samen. Wanneer de rust verdwijnt, verandert het gedrag van dieren. Wanneer dieren verdwijnen, verandert het evenwicht van het bos. En wanneer het evenwicht verandert, verliest uiteindelijk ook de mens iets waardevols. Op een avond zat ik met Henk de haas naar de ondergaande zon te kijken. "Zou het ooit weer stil worden?" vroeg hij. Ik keek naar de laatste mountainbikers die over het pad verdwenen. "Misschien niet helemaal," antwoordde ik. "Maar misschien kunnen mensen leren dat genieten van de natuur niet altijd sneller, harder of drukker hoeft." Henk knikte. De wind strijkt zacht door de dennen. Even valt alles stil. Niet de afwezigheid van geluid, maar de aanwezigheid van rust. De stilte waarin een uil zijn roep door de schemer draagt, waarin een ree geruisloos door het hoge gras glijdt, en waarin het bos lijkt te ademen op het ritme van de aarde zelf. Dat is de stilte die we willen bewaren. Niet als een herinnering aan wat ooit was, maar als een belofte aan wat nog komt. Want een bos dat alleen wordt genomen, verliest iets van zijn kracht. Een bos dat met aandacht wordt betreden, blijft geven, seizoen na seizoen. Terwijl de avond langzaam over het fluisterende woud neerdaalt en het laatste licht tussen de stammen verdwijnt, groeit de hoop dat meer mensen die kwetsbare balans zien. Dat natuur geen decor is waar we doorheen lopen, maar een levend geheel waarvan we zelf deel uitmaken. Want wie luistert naar de stilte van het bos, hoort meer dan geluiden alleen; die hoort wat behouden moet blijven. verhalen vanuit het hart over de Veluwe
1 评论
Pieter
6/23/2026 09:33:16
Ja dit zijn dé verhalen waarbij mensen iets moeten, én vooral iets moeten laten
回复
写评论。 |
AuthorMijn naam is Jacqueline Postma, ik vertel graag verhalen, verhalen met een boodschap, een moraal. Archives
Juni 2026
|

RSS-feed